|
|
|||||||||||||||||||||||
|
Europa is de naam van het werelddeel dat ten westen van Azië en ten noorden van Afrika ligt. Het wordt eveneens begrensd door de Noordelijke IJszee en de Atlantische Oceaan. Het telde in 2000 ca. 728 miljoen inwoners. Daarmee is het qua bevolking het op twee na grootste continent, na Azië en Afrika.
|
|
||
![]() Sponsored by Vliegtickets.nl |
Omvang
Qua oppervlakte is Europa het op één na kleinste continent van de wereld. In totaal bestaat het uit een gebied van 10.400.000 km². Het is niet veel groter dan het continent Australië. In oost-westrichting zijn de uitersten IJsland en Nova Zembla, in noord-zuidrichting zijn dat Frans Jozefland en Kreta, of eigenlijk het nog iets zuidelijker gelegen eilandje Gavdos. Het werelddeel kan worden verdeeld in drie hoofddelen: een 'romp' die ruwweg bestaat uit Russisch en Oekraïens gebied ten westen van de Oeral, en een Scandinavisch en een Europees schiereiland. Het schiereiland Europa, dat in het oosten begrensd wordt door de kortste verbindingslijn (van Kaliningrad tot Odessa) tussen de Oostzee en de Zwarte Zee, is iets groter dan het Arabisch Schiereiland en vertakt op zijn beurt weer in kleinere schiereilanden zoals het Iberische (Spanje en Portugal), het Apennijnse (de 'laars' van Italië), de Balkan (Griekenland) en Jutland (Denemarken).
Geologie
De continentale korst onder Europa bestaat uit in de loop van de geologische geschiedenis bij elkaar gekomen delen. In het noordoosten ligt het Baltisch schild, een kraton (stabiel, oud stuk korst) dat uit het Archeïcum stamt (minstens 2,5 miljard jaar geleden). Dit kraton beslaat het noorden van Scandinavië, Karelië en Finland. Tijdens het Proterozoïcum (2,5 - 0,55 miljard jaar geleden) groeide dit kraton uit tot het continent Baltica. Baltica vormde de kern waar andere terreinen aan vast zouden komen te liggen dankzij de platentektoniek.
Na de vorming van Baltica zijn er in Europa drie belangrijke perioden van orogenese (gebergtevorming) geweest. De Caledonische orogenese (500-390 miljoen jaar geleden) zorgde voor het samenkomen van Baltica met Laurentia (tegenwoordig Noord-Amerika) en het kleine continent Avalonia; en is vooral in Scandinavië en op de Britse Eilanden terug te vinden. Tegelijkertijd kwam Europa aan Siberia vast te liggen door de vorming van de Oeral.
De Hercynische orogenese (380-300 miljoen jaar geleden) zorgde ervoor dat een groot aantal kleine stukken continent, die tegenwoordig het midden van Europa vormen, aan het continent vast kwamen te liggen. Deze orogenese is in de Ardennen en veel andere middelgebergtes van Midden-Europa en op het Iberisch Schiereiland terug te vinden. Aan het einde van de Hercynische orogenese lagen alle continenten aan elkaar vast, verenigd in het supercontinent Pangea. Vanaf 250 miljoen jaar geleden bewegen de continenten weer uit elkaar. De Atlantische Oceaan ten westen van Europa is sindsdien ontstaan. Van de gebergtes die tijdens deze twee fasen gevormd werden is door erosie niets meer overgebleven. Het reliëf in Noord- en Centraal-Europa is van later datum.
De derde grote fase van gebergtevorming was de Alpiene orogenese (vanaf 80 miljoen jaar geleden), die veroorzaakt wordt door het noordwaarts bewegen van Afrika. De Alpiene orogenese heeft de grote gebergten van Zuid-Europa gevormd: de Pyreneeën, de Betische Cordillera, de Alpen, de Karpaten, de Appenijnen, de Dinarische Alpen, de Helleniden en de Rhodopen. Tijdens deze fase ontstonden de Balkan en het Italiaans Schiereiland, ook kwam het Iberisch Schiereiland op zijn huidige positie te liggen. Tegelijkertijd werden er ook bekkens gevormd: het westelijk deel van de Middellandse Zee en de Hongaarse laagvlakte zijn bijvoorbeeld intramontane bekkens. De Zwarte Zee en de oostelijke Middellandse Zee zijn overblijfselen van de oceaan die zich vroeger tussen Europa en Afrika bevond.
Kenmerken
Europa heeft veel berggebieden, waaronder de Pyreneeën, de Alpen, de Karpaten, de Balkan en een deel van de Kaukasus. Het hoogste punt is de Elbroes (5642 m) in de Kaukasus, en niet de Mont Blanc zoals velen soms denken. Het laagste punt van Europa (28 m onder zeeniveau) is de kustlijn van de Kaspische Zee. Tussen het bergachtige Scandinavische schiereiland in het noorden en de Alpen in het zuiden ligt het Midden-Europese Hoogland dat door de grote Europese Vlakte wordt omringd, zich uitstrekkend van de Atlantische kust van Frankrijk tot aan de Oeral.
Een groot deel van deze vlakte (die door minder belangrijke berggroepen en heuvels wordt onderbroken) heeft vruchtbare landbouwgrond; in het oosten en het noorden zijn er enorme steppen, bos, meren, en toendragebieden.
KlimaatHet klimaat van Europa varieert van subtropisch klimaat tot poolklimaat. Het Mediterraan klimaat van het zuiden is droog en warm. De westelijke en noordwestelijke delen hebben een mild, over het algemeen vochtig klimaat, dat door de wind vanuit de Atlantische Oceaan wordt beïnvloed. In Midden- en Oost-Europa is het klimaat van een vochtig continentaal type met de koele zomers.