Griekenland.
Griekenland (officieel: Elliniki Dimokratia = Helleense Republiek, of Hellás) is een republiek in het uiterste zuidoosten van Europa.
Op veel plaatsen dringt de zee diep het land binnen, zodat er weinig streken zijn die meer dan zo'n 100 kilometer van de kust zijn verwijderd. Bijna 18% van het landoppervlak wordt ingenomen door ruim 2000 vaak ver uit elkaar liggende eilanden en rotspunten, waarvan er maar ca. 150 bewoond worden, eenvoudig omdat ze te klein zijn. Vaak zijn de eilandjes privé-bezit van bijvoorbeeld steenrijke reders. Het meest noordelijke eiland is Thasos, het meest westelijke Korfoe (Kerkira), het meest zuidelijke Kreta (Kriti) en het meest oostelijke Rhodos. De Griekse eilanden liggen verspreid over de Ionoische en Egeïsche Zee. Bekende Ionische eilanden zijn Korfoe of Kérkira, Levkás, Kefallinía en Zákinthos. De Egeïsche eilanden zijn in de meerderheid en enkele bekende eilanden zijn Samothráki, Límnos, Lésvos, de Sporaden, de Cycladen, Rhodos en Sámos.
Klimaat.
Het klimaat van Griekenland wordt beïnvloed door de geleding van het land, het verloop van de gebergten tussen de oost- en westkant, het reliëf en de nabijheid van de zee.
De kuststreken vertonen in het algemeen typisch mediterrane klimaatstrekken, nl. een hete droge zomer en een zachte, neerslagrijke winter. Daar deze neerslag meest door westelijke winden wordt aangevoerd, krijgt de westkant van Griekenland daarvan veel meer dan de oostkant. In het noordwesten in het Pindosgebergte valt jaarlijks gemiddeld 1800 mm neerslag. In Athene daarentegen valt ca. 400 mm per jaar. Er bestaan ook grote neerslagverschillen tussen de Ionische eilanden ten westen van het vasteland en de eilanden in het uiterste oosten van de Egeïsche Zee. Athene heeft gemiddeld zes dagen per jaar sneeuwval.
Griekenland heeft het warmste klimaat van alle Zuid-Europese landen met minstens 300 zonnedagen per jaar. In augustus kan de temperatuur tot tegen de 40°C oplopen en voelt het vaak zeer onaangenaam aan in combinatie met de luchtvervuiling. Over het algemeen zijn januari en februari de koudste maanden, juli en augustus de droogste, november en december de natste.
Landschap.
Het vasteland van Griekenland bestaat voor 80% uit bergen en heuvels. De hoogste berg is de heilige mythologische berg Olympus in midden-Griekenland met 2917 meter.
Andere hoge bergen zijn de Pindos (2637 meter), de Gramnos (2520 meter), de Parnassos (2457 meter) en de Taigetos (2404 meter). Langs de Adriatische kust van het Balkanschiereiland lopen de Dinarische Alpen. In het noordwesten van Griekenland loopt dit gebergte over in het Pindosgebergte, dat weer wordt voortgezet in het Taigetosgebergte van de Peloponnesos en de eilandenboog van Kreta, Karpathos en Rhodos. Het zijn allemaal jonge gebergten die sterk verbrokkeld zijn en daardoor gekenmerkt worden door vele diepe baaien en bekkenlandschappen. De bekendste baai is de 127 kilometer lange Golf van Korinthe. Deze Golf scheidt het schiereiland van het vasteland.
Vlakke gebieden liggen met name in Macadonië en Thessalië, waar dan ook landbouw en veeteelt mogelijk is. De vlakten worden doorsneden door rivieren, waarvan die in het noorden het meeste water hebben.
Meer informatie voor uw vakantie naar oa. Griekenland kunt u vinden bij Vertrekpunt.nl, Vliegtickets.nl, of via
OnlineRegio.nl Reizen.
OnlineRegio.nl wenst u alvast een fijne vakantie toe in Griekenland.